Meditatie

“Deze moet ik ook toebrengen”
Johannes 10:16

Christus als de Goede Herder spreekt deze woorden in dit bekende hoofdstuk. “Deze”, dat zijn de andere schapen, die niet van de stal van Israël zijn. Die andere schapen zijn zo ver van Hem af; ze dwalen maar rond, waarbij de één zijn knieën buigt voor hout en steen en de ander voor zichzelf. Deze schapen, evenals de schapen uit de stal van Israël, komen echt uit zichzelf niet naar de Herder toe. “Ik moet ze toebrengen”, zegt de Heere Jezus. Het toebrengen van de schapen tot de kudde is de taak van de Goede Herder. Hij is aldoor bezig met dat toebrengen. Dit werk zet Hij voort tot de laatste is toegebracht en Zijn Koninkrijk voltallig zal zijn. “Ik moet” zegt Hij. Het is dus een Hem opgedragen taak. Het is de wil des Vaders, dat die andere schapen toegebracht worden. Het is echter ook de drang van Zijn liefdevolle hart dat Hem dringt die andere schapen te zoeken en ze toe te brengen. Gelukkig dat Hij dit werk doet. Geen mens zou bij machte zijn om maar één afgedwaald schaap tot de kudde van deze Goede Herder te brengen. Dit werk van toebrengen is daarom in zulke goede Handen. Deze Herder is volkomen berekend op dit onmogelijke werk. Hij weet immers waar deze schapen zijn, die toegebracht moeten worden. Hij weet in welke strikken van zonde en schuld zij zitten, ja ook welke machten van on- en bijgeloof hen gevangen houden. Maar deze Goede Herder staan alle middelen ten dienste om die schapen te redden en te verlossen van het eeuwig verderf. Geen held is sterker dan Hij. Maar geen mens is ook met zo’n innerlijke ontferming over deze schapen bewogen als deze Herder. Hij daalde af in hun diepste nood, ja tot in de diepte van hel en dood. En wat een verzet ondervindt Hij daarbij, zowel van de machthebbers als van de schapen. Ze geven zich zomaar niet gewonnen. Ze zijn zo onwillig en tegenstrevend. Maar Zijn hand is sterk en Zijn arm heeft groot vermogen. Nu wil die Goede Herder bij de toebrenging wel gebruik maken van Zijn dienstknechten. Zo sprak Hij eenmaal tot Petrus: “Weid Mijn schapen”. Nog roept Hij arbeiders om uit te gaan. Echter al Zijn dienstknechten moeten het horen: “Ik moet toebrengen”. Dit woord van Christus wijst ons op de machteloosheid van Zijn dienstknechten. Zij kunnen ook alleen maar bestaan door Hem. En als Hij toch mensen wil gebruiken, dan is dat alleen maar een wonder. Dat is hun taak: Zijn boodschap doorgeven, Zijn getuigen zijn. “En zij zullen Mijn stem horen”. De stem is immers het middel om iemand te roepen. Alle dienaren in Gods koninkrijk hebben dus Zijn stem te laten horen.  Heeft u reeds in de prediking des Woords de stem des Heeren mogen horen? Het schijnt soms of alles tevergeefs zal zijn. En toch zegt die grote Herder der schapen: “Zij zullen horen”. Van nature gaat die stem aan ons voorbij. Maar wanneer Zijn stem doordringt tot het diepst van het hart, dan horen we de stem van de Zone Gods, die ons verschrikt vanwege onze zonde en onze schuld, maar ook een stem, die gaat spreken van verzoening en vergeving, aangebracht door die Goede Herder zelf. Moge die levendmakende stem onder ons veel klinken, ja zijn voortgang vinden tot aan de einden der aarde.

Ds. L. Blok 

AGENDA

3 dec 9.30 en 15.00 dienst
9 dec +12 ver.
10 dec 9.30 en 19.00 dienst
12 dec vrouwenver.
13 dec 19.30 dienst
15 dec ouderencontact
15 dec -12 ver.
17 dec 9.30 en 15.30 dienst
18 dec kerkenraadsverg.
19 dec evang. actie
22 dec +12 ver.
24 dec 9.30 en 16.00 dienst
25 dec 9.30 en 19.00 dienst
26 dec 9.30 kerstfeest
31 dec 9.30 en 19.00 dienst