Meditatie

De verzekerdheid van de christen, een heiligende verborgenheid.

“Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelf reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods.” 2 Korinthe 7:1

Sommige christenen zijn van mening dat slechts weinigen komen tot de ware kennis van hun aanneming in Christus. Maar ik moet met hen van mening verschillen. Het Woord van God is op dit punt volledig en krachtig. Als we al in Christus geloven, dan moeten we geloven in alles wat Hij zegt. We mogen niet het ene deel wel geloven en het andere niet. Die in de Zone Gods gelooft, heeft de getuigenis in zichzelf. Deze getuigenis is de Heilige Geest, Die met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn. Wat zegt Christus verder? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven (Joh. 5:24). Ook de apostel zegt: Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn (Rom. 8:1).
Ja, de verzekerdheid dat we zijn aangenomen, kunnen we bereiken en elke gelovige die in dit opzicht in onzekerheid wandelt, moet wel ver beneden zijn voorrechten wandelen. Het geloof is de grote genade van de Heilige Geest, en de moedergenade van alle andere genadegaven. Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen (Hebr. 11:6). 
Het geloof eert God en Hij eert het, hoe klein de mate ervan ook moge zijn. Paulus zegt: Wij weten dat wij uit de dood zijn overgegaan in het leven. Ik zou het niet aandurven om tot een heilig God te naderen anders dan in Christus, Zijn eigen geliefde Zoon. En terwijl ik treur over mijn onwaardigheid en slechtheid, kom ik toch in de waardigheid van Christus. Ik kan vrijmoedig en in een ootmoedig vertrouwen gaan om vergeving, vrede en vreugde, en om aan Hem al mijn vragen met dankzegging bekend te maken. Als er iets is wat een arme zondaar diep in de zelfvernedering zal brengen, zijn zonde zal verfoeien en hem vol berouw in stof en as zal doen neerliggen, dan is het wel het besef dat de zonde is vergeven en voor altijd uit het gedenkboek van God is uitgedelgd. Het zal een arme zondaar niet verhogen en het zal dit ook nooit doen. Zal hij er niet naar staan om heilig te zijn, er niet naar streven om Hem te behagen Die voor hem stierf en weer leeft? Het is ons hoge voorrecht, en niet één zondaar behoorde erin te falen, om te weten dat hij één is met de Heere. Er is geen aanmatiging in gelegen als we weten dat onze zonden voor altijd zijn vergeven, en dat wij er nooit meer van beschuldigd kunnen worden omdat ze Christus reeds zijn aangerekend. Hij heeft de hele schuld betaald en de straf ten volle gedragen. De eeuwige Vader zal niet voor een tweede keer betaling eisen van een arme bankroetier, die niets heeft om te betalen. 
Ik denk werkelijk dat geen enkele gelovige zoveel zekerheid omtrent zijn staat zal gevoelen als wanneer hij met een gebroken hart en met belijdenis van zonde tot Jezus gaat. Ik denk dat de belijdenis van zonde - en wanneer is er een dag of een uur dat we niet zondigen? - een heel heilige en heiligende oefening is van de ziel. Die belijdenis beteugelt de trots, bevordert de ootmoed, en door de besprenging met het bloed, dat opnieuw door de Heilige Geest wordt toegepast, reinigt zij het geweten en heiligt het hart. Ik denk dat er niemand is die zo nauw met God wandelt, en er zó naar staat om Hem te behagen als zij die het getuigenis in hun binnenste hebben dat hun zonden zijn weggewassen in het bloed van Jezus.

Uit: ’Stille overdenking’ van Mary Winslow

AGENDA

1 feb BIjbelstudiever.
2 feb -12 ver.
4 feb 9.30 en 15.30 dienst
6 feb vrouwenver.
10 feb +12 ver.
11 feb 9.30 en 16.00 dienst
14 feb 19.30 dienst
15 feb Bijbelstudiever.
16 feb -12 ver.
18 feb 9.30 en 16.00 dienst
20 feb vrouwenver.
25 feb 9.30 en 16.00 dienst
4 mrt 9.30 en 16.00 dienst